Leerstijlentest
Bijlage van "Leercyclus van Kolb"
Door het beantwoorden van een aantal vragen erachter komen wat je leerstijl(en) is (zijn).
gepubliceerd door: Kessels & Smit, The Learning Company, Utrecht
Mediatype:
artikel
Gepubliceerd in:
Faciliteren van kenniskringen, nr. 4 / p. 21-23
Publicatiedatum:
2001
Rangschik per stelling (1-9) de vier keuzemogelijkheden. Geef een 4, 3, 2 en 1. 4 is meest karakteristiek voor je gedrag of aanpak. 1 betekent het minst karakteristiek van de genoemde begrippen.
Sla geen begrip over en geef geen gelijke waarderingen.
Dit is een beschrijvende en vergelijkende meting, geen evaluerende. Maak er dus geen probleem van dat een begrip niet geheel je gedrag of aanpak weergeeft.
1a. Je zoekt naar verschillen c.q. onderscheidingen.
1b. Je probeert het in eerste instantie eens uit.
1c. Je voelt jezelf erbij betrokken
1d. Je kijkt vooral of het praktisch en/of toepasbaar is.
2a. Je laat de dingen op je afkomen.
2b. Je vraagt je af of het relevant is wat je moet doen.
2c. Je analyseert.
2d. Je kent geen waarde-oordeel toe, kiest niet voor een bepaald standpunt.
3a. Je let vooral op wat je zelf voelt, ervaart.
3b. Je kijkt vooral.
3c. Je denkt er vooral over na.
3d. Je bent vooral bezig.
4a. Je neemt de dingen zoals ze zijn.
4b. Je neemt risico met wat je doet of zegt.
4c. Je kent waarde-oordelen toe.
4d. Je probeert je steeds sterk bewust te zijn van wat er gebeurt.
5a. Je gaat vooral intuïtief te werk.
5b. Je bent gericht op iets doen.
5c. Je probeert in eerste instantie logisch te denken
5d. Je stelt jezelf vooral vragen.
6a. Je vindt het idee erachter of de structuur belangrijk.
6b. Je kijkt en luistert vooral.
6c. Je hebt voorkeur voor het concrete.
6d. Je bent vooral actief.
7a. Je bent met name op het heden, het hier en nu gericht.
7b. Je laat alles nog eens door je hoofd gaan en denkt er over na.
7c. Je bent met name gericht op wat er nog zal gaan gebeuren.
7d. Je bent vooral pragmatisch ingesteld.
8a. Je bent vooral gericht op het hebben van ervaringen.
8b. Je bent vooral luisterend en kijkend gegevens en informatie aan het verzamelen.
8c. Je brengt vooral verschijnselen onder in een samenhangend begrippenkader.
8d. Je bent vooral ideeën en vermoedens aan het toetsen en experimenteert met je gedrag en situaties.
9a. Wat er gebeurt beleef je vooral gevoelsmatig en intens.
9b. Je houdt bij voorkeur enige afstand t.a.v. wat er gebeurt.
9c. Je benadert wat er gebeurt met name verstandelijk.
9d. Je bent actief medeverantwoordelijk voor wat er gebeurt.
Sleutel voor de inventarisatie van uw leerstijlen
- Tel het aantal punten voor de a-antwooren van de vragen 2, 3, 4, 5, 7 en 9. Dit aantal punten krijgt zijn plaats in het leerstijlprofiel onder CONCRETE ERVARING.
- Tel het aantal punten voor de b-antwoorden van de vragen 1, 3, 6, 7, 8 en 9. Dit aantal punten krijgt zijn plaats in het leerstijlprofiel onder REFLECTIEVE WAARNEMING.
- Tel het aantal punten voor de c-antwoorden van de vragen 2, 3 4, 5, 8 en 9. Dit aantal punten krijgt zijn plaats in het leerstijlprofiel onder ABSTRACTE CONCEPTUALISATIE.
- Tel het aantal punten voor de d-antwoorden van de vragen 1, 3, 6, 7, 8 en 9. Dit aantal punten krijgt zijn plaats in het leerstijlprofiel onder ACTIEF EXPERIMENT.
Leerstijlprofiel
"normen" voor de leerstijlinventarisatie
(figuur leerstijlprofiel zie attachment)
De concentrische cirkels geven procent-scores aan, gebaseerd op de gecombineerde antwoorden van 127 uitvoerende managers en 512 studenten in management. (Bijvoorbeeld een score van 21 abstracte conceptualisatie betekent dat je hoger scoorde dan 80% van de managers en studenten op dit punt, een score van 24 geeft aan dat je hgoer scoorde dan wie dan ook van de populatie waarop deze normen zijn gebaseerd.)


