24/11/05 Beroepsidentiteit in het hbo: Wist jij wat je werd?
Themabijeenkomst
De eerste in een reeks van vijf Tuinzaalbijeenkomsten. Centraal thema voor de bijeenkomsten in 2005 – 2006 is Beroepsontwikkeling & Beroepsinnovatie, hoe staat het ermee?
gepubliceerd door: OrO, Amsterdam
Invalshoeken hierbij zijn: het instituut als onderneming, afstuderen als ultiem bewijs van bekwaamheid, rol van reflectie, beroepspraktijk, onderliggende concepten, ondernemend leren.
In een gevarieerd gezelschap, bestaande uit studenten, starters op de arbeidsmarkt, docenten, een loopbaancoach en geïnteresseerden, is een analyse gemaakt over het beeld dat men heeft van het beroep bij de keuze voor een opleiding en tot in hoeverre dit beeld wijzigt gedurende de opleiding. Tevens is de individuele loopbaanontwikkeling ter sprake gekomen.
Beeldvorming van het beroep in interviews
Uit persoonlijke interviews met Irene Mulder en Sara Marechal, studenten aan de opleiding Verpleegkunde, blijkt dat het beeld van het beroep van verpleegkundige gedurende de opleiding verandert, groeit. Van belang voor de beroepskeuze is het gevoel "dit is het!". Het stereotype beeld, dat er van het beroep verpleegkundige in de buitenwereld is, speelt in de beroepskeuze geen rol. Wel speelt de sfeer/uitstraling van de omgeving een rol. Studenten krijgen in de loop van de opleiding te maken met verpleegkundigen die voor hen een voorbeeld zijn. Ook blijkt dat het aantrekken van het uniform direct een beroepsrol van de drager verwacht, dit geldt ook voor de verpleegkundigen in opleiding. Voor beide studentes is duidelijk dat zij zich, enige tijd na het afronden van hun opleiding, verder willen ontwikkelen.
Een tweede interview met Justus Sturkenbaum en Remco van Swieten, docenten aan het Instituut voor Interactieve Media (IAM), geeft inzicht in de wijze waarop een stage een carrièrewending kan veroorzaken. Eén van de docenten is er gedurende zijn opleiding achter gekomen dat hij een assistentschap bij een vak in zijn opleiding Informatica leuker vond dan het werk dat hij deed tijdens zijn stage. Kortom opleiden/doceren bleek leuker dan de werkzaamheden op het stageadres. Beide docenten volgen nu een traject waarmee zij binnen twee jaar lesbevoegdheid krijgen. Zij vinden de combinatie praktijk en theorie erg stimulerend. Ook zij hebben inspirators in hun omgeving. Identificatie met het beroep krijgt een van de docenten als hij ’s avonds op de bank de white board markers nog in zijn broekzak heeft. Op de vraag of zij dit vak over tien jaar ook nog beoefenen, geven beiden aan wel binnen het onderwijs te willen blijven. Het persoonlijke contact is hier de sterkste pijler voor.
We concluderen dat beroepsidentiteit in het algemeen te maken heeft met waar je hart ligt en wie je helden zijn. Echter tegelijkertijd is de weg ernaar toe, het verhaal voor iedereen verschillend. Volgens geïnterviewden is het van belang om studenten binnen het hbo de mogelijkheid te bieden te ontdekken waar je hart ligt. Anders gezegd, studenten de kans geven om andere mogelijkheden met het uitoefenen van het vakgebied te onderzoeken.
De beroepsidentiteit vanuit de loopbaancoach
Annelies Hoogcarspel, loopbaancoach bij De Baak, opleidingsinstituut voor managers, heeft binnen haar eigen loopbaan een soortgelijke ontwikkeling ervaren. Ook zelf heeft zij zich vaak de vraag gesteld Wat is mijn beroep? Hebben de deelnemers aan de OrO-Tuinzaalsessie de ervaring dat de behoefte aan een echt beroep in de loop van de jaren diffuser wordt? Uit de reacties die gegeven worden destilleren we dat het vaak de omgeving is die er behoefte aan heeft om het beroep te benoemen. Leidt een instituut op tot 40-jaar het vak uitoefenen? Komen er toekomstscenario’s in de opleiding aan de orde? Er komen wel toekomstscenario’s binnen opleidingen aan de orde, echter over het algemeen wel binnen het kader van de opleiding. De meeste opleidingen geven aan dat het afstuderen niet het eindpunt is, maar dat je verder kunt groeien.
Groepsreflectie
Karim Benammar, lector Reflectie op het handelen, geeft een inleiding over verschillende methoden om het eigen handelen, en de ontwikkeling in je beroep te analyseren. We onderscheiden (1) de methode van Kolb, (2) een invalshoek op basis van het artikel Job Sculpting van Butler & Waldroop in de The Harvard Business Review sept/oct 1999 en (3) de narratieve techniek. Een uitgebreidere uitleg over deze drie methoden treft u in de bijlage.
Aan de aanwezigen wordt gevraagd om hun eigen beroepsontwikkeling met behulp van de eerste twee methoden onder de loep te nemen. Vanuit de narratieve techniek krijgen de deelnemers de opdracht om op drie momenten naar hun loopbaan te kijken. 10 jaar geleden, heden en over 10 jaar. Door de drie gekozen momenten vanuit het heden en vanuit de toekomst te bekijken, ontstaat er een verrassende verbinding. Met name bij de verbinding van de drie momenten vanuit de toekomst terug naar het verleden, ontdekt men een beroepsontwikkeling die logischer is dan men oorspronkelijk dacht.
Afsluiting
De eerste Tuinzaalbijeenkomst is afgesloten door Mike de Kreek waarbij het verband wordt gelegd tussen beroepsidentiteit en begrippen als trots, als een vis in het water, en dingen doen waar je hart ligt. Ook concluderen we dat een stereotype beeld voor de student niet uitmaakt in zijn beroepskeuze. Een beroep als verpleegkundige roept een duidelijk beeld op, maar relatief nieuwe opleidingen als interactieve media waarbij dit niet zo is, hebben er geen last van dat dit beeld er niet is. Er is wel degelijk een spanning tussen leren – leren en de beroepsidentiteit. Een instituut leidt enerzijds op tot een beroep, maar moet ook opleiden tot beroepsontwikkeling, het leren - leren.
Ten slotte nodigt Mike de aanwezigen, en andere geïnteresseerden, uit om een bezoek te brengen aan de HvA community onderwijsontwikkeling. Hier www.cop.hva.nl/beroepsidentiteit heeft hij een tafel ingericht waar bezoekers materiaal over dit onderwerp kunnen vinden en hier ook zelf materiaal kunnen achterlaten. De eerste bijeenkomst is met een borrel afgesloten.
Als u terugkijkt op uw beroepsontwikkeling, ziet u dan een rode draad? Analyseer uw leer- en werkstijl a.d.h.v. de methode van Kolb, uw persoonlijke interesses m.b.v. de acht interessevelden uit het artikel van Butler & Waldroop en hanteer de narratieve techniek. Wellicht doet u een verrassende ontdekking.


