HvA presenteert zijn agenda
HvA Onderwijsagenda 2004 - 2007
ISSN:
13855670
Gepubliceerd in:
Havana, jg.11, nr.12, p.9
Url: http://www.hva.nl/missie/hva_onderwijsagenda.htm
Waar de Hogeschool van Amsterdam tot voor kort zijn hoofddoelen aanduidde met "Student centraal", "Leren leren" en de "Positie in de regio", zijn nu de kernbegrippen:
- Talentontwikkeling
- Beroepsperspectief en (internationale) arbeidsmarkt
- Inspirerend leren
De HvA presenteert haar nieuwe onderwijsagenda.
Talentontwikkeling
Bij de presentatie van de nieuwe onderwijsagenda van de Hogeschool is één van de uitgangspunten dat iedere student bepaalde talenten bezit. Die talenten moeten optimaal worden ontplooid en benut. Hoe dat in de praktijk werkt? In de ideale situatie worden studenten al voordat ze op de HvA zitten gespot, zodat ze tijdens hun hbo-studie een op hun capaciteiten gericht onderwijsprogramma kunnen volgen. Vervolgens houden ze tijdens hun carrière, als betrokken oud-student, contact met de Hogeschool om zo onderdeel te worden van en vorm te geven aan het netwerk van de HvA.
Een utopie? "Nee," reageert Marcelle Peeters, hoofd van de afdeling Kwaliteit en Accreditatie en nauw betrokken bij het opstellen van de agenda. "Het is niet onmogelijk, maar het vergt een bepaalde aanpak. Als HvA moet je de student goed kennen en weet hebben van zijn competenties. Als een student bij een bepaalde studie verkeerd zit, moet dat vroegtijdig onderkend worden, zodat hij binnen het scala aan opleidingen binnen de HvA en de Universiteit van Amsterdam naar de juiste plek kan overstappen. En ook binnen de programma's zijn individuele accenten mogelijk: een doener moet zo snel mogelijk de praktijk in, een student die theoretisch geïnteresseerd is maakt gebruik van verdiepingsprogramma's. De docent, studieloopbaanbegeleider, personal coach of hoe je die persoon ook wilt noemen moet haarfijn door hebben met wat voor student hij te maken heeft en de interactie met hem zoeken."
Beroepsperspectief
Die talentvolle student moet volgens deze hbo-agenda op een opleiding terechtkomen waar hij het grootse gedeelte van zijn tijd besteedt aan beroepsvorming. Wat die vorming precies inhoudt, wordt mede bepaald door het midden- en kleinbedrijf. Daarbij wil de HvA zich profileren als een spin in het web, een aanjager zelfs. Die rol krijgt de Hogeschool door meer aan kenniscirculatie te doen. Concreet betekent dat de HvA het onderwijs structureel afstemt op de arbeidsmarkt en kijkt waaraan op dat moment behoefte is. Zo kwam bijvoorbeeld de nieuwe opleiding hbo-Rechten tot stand. Talentontwikkeling en Beroepsperspectief en (internationale) arbeidsmarkt heet dat in de nieuwe onderwijsagenda, die tot stand is gekomen omdat de vorige beleidsagenda 1998-2002 aan actualisering toe was.
Presentatie
De agenda wordt gepresenteerd in een ansichtkaartachtig boekje. Het handboek voor de invulling van het onderwijs van de komende drie jaar. De vraag is hoe de uitgangspunten: Talentontwikkeling, Beroepsperspectief en (internationale) arbeidsmarkt en Inspirerend leren, worden vertaald naar de dagelijkse praktijk.
Peeters: "Deze drie thema's moeten richting geven aan de koers die de HvA de komende jaren gaat varen en heeft gevolgen voor de invulling van het onderwijs. Ze zijn opgesteld door de gezamenlijke instituutsdirecties en zijn voortgekomen uit de missie van de HvA." In die missie verplicht de HvA zich onder meer om "studenten te laten uitblinken in de beroepspraktijk die het beste bij hen past." Talentontwikkeling, Beroepsperspectief en (internationale) arbeidsmarkt en Inspirerend leren moeten daartoe bijdragen.
Ook in deze nieuwe koers staat de student nog steeds centraal, maar de rol van docent wordt belangrijker, licht Peeters toe. "Het grote verschil is dat deze agenda door de instituutsdirecteuren zelf is bedacht, terwijl voor heen zaken top-down zijn ingevoerd; automatisch heb je dan veel minder draagvlak."
Terwijl juist docenten een belangrijke rol spelen in het leerproces van studenten. Talentontwikkeling komt het best tot zijn recht in een inspirerende omgeving, die ontstaat door de interactie tussen docenten en studenten, gefaciliteerd door het management. Een open deur? Peeters: "Natuurlijk, maar soms moet je bepaalde dingen opnieuw benoemen, om te weten waar je als hele organisatie voor staat en aan moet werken." Volgens haar hangt inspirerend onderwijs voor een groot deel af van de docent, die ook zelf continu leert en reflecteert. "Dat heeft invloed op de manier van lesgeven, waardoor de studenten geïnspireerd zullen raken." Zo krijgt het kernbegrip inspiratie vorm. Keert de HvA met deze filosofie niet terug naar de jaren zeventig? "Welnee. Dit is 2005. Kijk eens hoe makkelijk deze generatie met bijvoorbeeld ICT omgaat; dat doen ze volstrekt anders en beter dan hoe mijn generatie dat doet. En daar kan ik dus van leren."

